Pensioenschoonmaak


Dekkingsgraad 

De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van het pensioenfonds en de pensioenverplichtingen (de opgebouwde pensioenen die nu en in de toekomst moeten worden uitbetaald). Stel: het pensioenfonds moet alle opgebouwde pensioenen tegelijkertijd uitbetalen. Bij een dekkingsgraad van 100% lukt dat. Er is precies genoeg geld in kas om de huidige en toekomstige pensioenen te betalen. Boven de 100% beschikt het pensioenfonds over een buffer. Bij een lager percentage dan 100% is er te weinig geld.

Het beheersen van financiële risico’s is van groot belang voor pensioenfondsen. Voor het veilig omgaan met pensioengelden gelden strenge wettelijke regels. DNB houdt toezicht op de pensioenfondsen.

De wet eist een minimale dekkingsgraad van 105%. Als de dekkingsgraad van een pensioenfonds onder dit niveau ligt, is sprake van een dekkingstekort. Het pensioenfonds is dan wettelijk verplicht een kortetermijnherstelplan bij De DNB in te dienen. Hierin beschrijft het pensioenfonds de maatregelen die het de komende vijf jaar neemt om de financiële situatie te verbeteren.

Als de dekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 111%, is sprake van een reservetekort. Het pensioenfonds is dan verplicht om een herstelplan voor de lange termijn te maken. Het pensioenfonds krijgt dan vijftien jaar de tijd om de dekkingsgraad weer op het gewenste niveau te brengen.

Ook de dekkingsgraad van het Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf is behoorlijk gedaald. Op 31 juli 2010 is deze 104,5%, dus onder de minimale dekkingsgraad. Dit is tevens onder het voor het pensioenfonds structureel gewenste niveau van 111%. Het pensioenfonds moest daarom een herstelplan voor de korte en langere termijn indienen bij De Nederlandsche Bank.