A
Het recht van een (oud-)werknemer op toekomstig pensioen. Zie pensioenaanspraak.
Gegevens als sterftekansen, arbeidsongeschiktheidskansen, rekenrente en kosten die gebruikt worden om vast te stellen hoeveel geld er nodig is om de pensioentoezeggingen te kunnen waarmaken.
Zie afkoopwaarde.
De afkoopwaarde is het bedrag dat ineens wordt uitgekeerd als afkoop van een verplichting om in de toekomst een serie betalingen te doen.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de financiële markten in Nederland. Het gaat dan om de aanbieders van financiële producten en diensten en ondernemingen die effecten uitgeven.
Kijk voor meer informatie bij www.svb.nl
B
C
D
Afhankelijk van de bepalingen in het reglement of de statuten van een pensioenregeling kan dit bijvoorbeeld een werknemer, oud-werknemer of gepensioneerde zijn aan wie op basis van deelname aan een pensioenregeling pensioenrechten zijn toegekend.
Rechten die deelnemers door een pensioenregeling of via wettelijke bepalingen hebben. Zowel in termen van geld als in termen van juridische rechten.
De verhouding tussen enerzijds de contante waarde van de op dat moment geldende reglementaire pensioenaanspraken en anderzijds het aanwezige vermogen. Het aanwezige vermogen is de som van de contante waarde van pensioenaanspraken die op dat moment zijn gefinancierd en de eventuele algemene en extra reserve.
Het door een werkgever niet hoeven deelnemen aan de bedrijfstakpensioenfondsregeling omdat de werkgever wel onder de bedrijfstak valt, maar niet onder de werkingssfeer van het pensioenfonds.
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
R
S
T
U
V
W
Z