Vlak voordat u met pensioen gaat, hebt u de mogelijkheid om het pensioen dat u inmiddels hebt opgebouwd, aan te passen aan uw situatie en uw wensen van dat moment.
Wel of geen partnerpensioen
Zolang u deelneemt aan de pensioenregeling heeft uw partner* recht op een partnerpensioen als u komt te overlijden. Als u met pensioen gaat, moet u besluiten of u de verzekering voor het partnerpensioen wel of niet wilt voortzetten.
*wat verstaat het pensioenfonds onder uw partner?
Er zijn drie mogelijkheden:
- u wilt dat uw partner een partnerpensioen van 70% van uw ouderdomspensioen ontvangt na uw overlijden. Dan wordt een deel van uw ouderdomspensioen omgezet in partnerpensioen;
- u kunt het partnerpensioen dat u opbouwde vóór 1 januari 2003 als partnerpensioen voor uw partner laten staan. Uw partner ontvangt dan na uw overlijden een partnerpensioen dat minder is dan 70% van uw ouderdomspensioen, maar uw ouderdomspensioen blijft gelijk;
- u verwacht dat uw partner het partnerpensioen van het pensioenfonds niet nodig heeft. Als u een partnerpensioen hebt opgebouwd vóór 1 januari 2003, kunt u dat - met goedvinden van uw partner - om laten zetten in extra ouderdomspensioen.
Informatie vindt u ook bij de pagina over Partnerpensioen.
Doorgeven beslissing
Uw besluit moet minimaal zes maanden voordat uw pensioen ingaat, bekend zijn bij het pensioenfonds. Als u besluit om het partnerpensioen te gebruiken voor het verhogen van uw ouderdomspensioen, is het nodig dat uw partner daarmee schriftelijk akkoord gaat. Een eenmaal genomen besluit kunt u later niet meer terugdraaien.
Meer informatie
Wilt u weten wat de gevolgen zijn van de verschillende keuzemogelijkheden? Neem contact op met het pensioenfonds voor een persoonlijke berekening.