Het pensioenakkoord: de meestgestelde vragen

De overheid, werkgevers en werknemers hebben landelijk nieuwe afspraken gemaakt. De afspraken gaan over het pensioen van pensioenfondsen en het pensioen dat u van de overheid (AOW-uitkering) krijgt. Die afspraken noemen we het ‘pensioenakkoord’.

AOW-leeftijd stijgt minder snel

De belangrijkste verandering gaat over de AOW-leeftijd. Dit is de leeftijd waarop u pensioen van de overheid (AOW-uitkering) krijgt. De AOW-leeftijd gaat minder snel stijgen. De belangrijkste veranderingen zijn:

  • Vanaf 2020 tot 2022 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden.
  • Tussen 2022 en 2024 gaat de AOW-leeftijd in stapjes omhoog tot 67 jaar.

Nieuwe regels voor het pensioen van pensioenfondsen

De regels voor het pensioen gaan in de toekomst veranderen. Een van de belangrijkste veranderingen is dat pensioenfondsen sneller dan nu de pensioenen mogen verhogen maar ook eerder moeten verlagen

Wat betekent dit precies voor u als deelnemer?

Dit is nog niet bekend. Eerst moeten de landelijke afspraken in samenwerking met de overheid nog verder worden uitgewerkt. En daarna moet de wet nog worden aangepast. Is er meer duidelijkheid over de gevolgen van het pensioenakkoord voor uw situatie? Dan laten we dat natuurlijk zo snel mogelijk weten.

Meer weten?

Er zijn afspraken gemaakt over een nieuw pensioenstelsel. Wat betekent dit voor u? Hieronder staan de antwoorden op veel gestelde vragen.

27-06-2019

Na jaren van onderhandelen is er een akkoord bereikt rond een nieuw pensioenstelsel. Maar wat betekent dit akkoord nu precies voor u als deelnemer? Hoewel veel details nog ontbreken, zijn er ook zaken wél duidelijk. Hieronder vindt u de antwoorden op de meest gestelde vragen over het nieuwe pensioenakkoord.

Ja, de AOW-leeftijd wordt de komende twee jaar bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Daarna, tussen 2022 en 2024, zal de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Vanaf dat moment stijgt de AOW-leeftijd mee met de levensverwachting in Nederland. Máár: minder snel dan nu. Nu is het zo dat een stijging van de levensverwachting met één jaar ook een stijging van de AOW-leeftijd met één jaar tot gevolg heeft. Door het pensioenakkoord gaat de AOW-leeftijd met acht maanden omhoog bij elk jaar dat we langer leven. Omgerekend naar maanden betekent dit dat als de gemiddelde levensverwachting na 2024 met meer dan 4,5 maanden is gestegen, de AOW-leeftijd met 3 maanden omhoog gaat. Het wetsvoorstel hiervoor ligt al bij de Tweede Kamer.
Het doel van het nieuwe pensioencontract is dat het eerder mogelijk wordt om te verhogen. Op welke termijn dit lukt  hangt af van de toekomstige financiële ontwikkelingen. Wat in het nieuwe pensioencontract in ieder geval verandert, is dat pensioenfondsen niet meer – zoals nu het geval is – een reservebuffer van minimaal 25 procent nodig hebben om volledig te mogen verhogen. In het nieuwe stelsel vervalt die voorwaarde en mag een pensioenfonds al verhogen als de dekkingsgraad hoger dan 100 procent is, maar zal een pensioenfonds ook sneller het pensioen moeten verlagen.
In de aanloop naar het nieuwe pensioencontract kan door nieuwe regels de kans op het verlagen van de uitkering bij gepensioneerden en van het opgebouwd pensioen van (gewezen) deelnemers afnemen. Minister Koolmees heeft toegezegd dat pensioenfondsen niet hoeven te verlagen als de dekkingsgraad hoger is dan 100 procent. Die grens lag hoger – namelijk op 104,6 procent. De nieuwe grens van 100 procent zorgt ervoor dat de kans op verlagen in 2021 kleiner wordt, maar ook dat deze verlaging minder is áls er verlaagd moet worden. De kans op verlagen is dus nog wel aanwezig.
De bevriezing van de AOW-leeftijd en de versoepelde regels voor het verlagen van de pensioenen gelden al vanaf 2020. Verder is het akkoord dat er nu ligt, een akkoord op hoofdlijnen. Veel zaken moeten dus nog verder worden uitgewerkt. Nu het akkoord rond is, gaat een stuurgroep van werkgevers, werknemers en de overheid ermee aan de slag. De overheid wil vanaf 2022 een wettelijk kader afhebben. Op het moment dat er meer duidelijkheid over is voor uw situatie, laten we dat natuurlijk zo snel mogelijk weten.
Omdat de AOW-leeftijd tijdelijk wordt bevroren, zullen deelnemers die nu 63 en 64 jaar zijn hier op korte termijn het meeste van merken. Hun AOW gaat nu immers acht maanden eerder in dan ze op basis van het huidige stelsel dachten. Voor mensen die nu 61 jaar of jonger zijn, stijgt de AOW-leeftijd wel degelijk. Maar minder snel dan nu.
Het wordt makkelijker gemaakt om een regeling te financieren waarmee de werknemer  3 jaar voor de AOW-leeftijd kan stoppen met werken. De boete die daar nu nog voor werkgevers op staat, komt te vervallen. Per jaar kan de werkgever een bedrag van € 19.000 bruto betalen om in inkomen te voorzien. Betaalt de werkgever meer dan € 19.000? Dan moet de werkgever over het meerdere deel wel een boete betalen. Deze regeling is bedoeld om mensen met een zwaar beroep eerder te kunnen laten stoppen met werken. Een eventuele uittredingsregeling moet op cao-niveau worden afgesproken.
Dit is wel een wens van het kabinet. Die wil het voor zelfstandigen namelijk mogelijk maken om zich vrijwillig aan te sluiten bij de pensioenregeling in de sector of de onderneming waar zij werken. Toch is het nog onduidelijk hoe dit in de praktijk moet worden vormgegeven