Pensioen 1-2-3

Pensioen 1-2-3: deel 2

In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u krijgt in onze pensioenregeling. En wat niet.

Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In laag 1 leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. Laag 2 gaat dieper in op laag 1. En in laag 3 leest u alle regels.

Ouderdomspensioen

Via uw werkgever bouwt u ouderdomspensioen op bij ons. Dat ouderdomspensioen krijgt u vanaf uw pensioenleeftijd. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid krijgt als u de AOW-leeftijd bereikt.

Hoeveel pensioen u straks van ons krijgt, hangt af van de hoogte van uw loon. En van onze pensioenregeling. En het aantal jaren dat u pensioen opbouwt. Onze pensioenregeling is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van uw brutoloon. U bouwt niet over uw hele brutoloon pensioen op. Wij houden namelijk rekening met de AOW. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’.

De hoogte van uw ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). En op MijnPensioenschoonmaak.

Partnerpensioen voor uw partner

Partnerpensioen is het pensioen voor uw partner als u overlijdt. U moet op het moment van overlijden wel pensioen opbouwen bij ons. Het partnerpensioen wordt pas uitbetaald als u overlijdt. Uw partner krijgt partnerpensioen zolang hij/zij leeft.

Bent u getrouwd of hebt u een geregistreerd partnerschap?

Dan hoeft u uw partner niet aan te melden.

Woont u samen? Meld uw partner dan aan

U moet schriftelijk vastleggen dat u samenwoont. Als u dat niet doet, krijgt uw partner geen partnerpensioen. Schriftelijk vastleggen doet u met een samenlevingscontract. Hiervoor gaat u naar een notaris. U stuurt een kopie van het volledige samenlevingscontract aan ons.

Woont u in het buitenland? En gaat u trouwen?

Stuur of mail ons een kopie van uw huwelijksakte. Doet u dit niet? Dan krijgt uw partner geen partnerpensioen.

Partnerpensioen verhogen

Voordat u met pensioen gaat, kunt u ervoor kiezen om het partnerpensioen voor uw partner te verhogen. U ruilt daar een deel van uw ouderdomspensioen voor in. Doet u dat niet? Dan krijgt uw partner geen partnerpensioen.

Geen partnerpensioen

Stopt uw pensioenopbouw bij BPF Schoonmaak? Bijvoorbeeld omdat u ander werk hebt. Of met pensioen bent gegaan. Dan kunt u toch aanspraak behouden op partnerpensioen voor uw partner. U ruilt daar een deel van uw ouderdomspensioen voor in. Doet u dat niet? Dan krijgt uw partner geen partnerpensioen.

Let op!

Bouwde u al pensioen op voor 1 januari 2003? Dan krijgt uw partner misschien wel partnerpensioen. Partnerpensioen dat is opgebouwd voor 1 januari 2003 vervalt niet.

Partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen

Het partnerpensioen voor uw partner is 70% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot uw pensioenleeftijd bij ons pensioen zou opbouwen. De hoogte van het partnerpensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). En op MijnPensioenschoonmaak.

Misschien recht op Anw-uitkering

Overlijdt u? Dan heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de Anw-uitkering. Hier zijn regels voor. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950. Of minderjarige kinderen verzorgen. Of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Kijk voor meer informatie op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Wezenpensioen voor uw kinderen

Het wezenpensioen voor uw kinderen is automatisch geregeld. U hoeft uw kinderen niet bij ons aan te melden. Overlijdt u? Dan krijgen uw kinderen maandelijks een wezenpensioen. Dit geldt voor uw eigen kinderen. Maar ook voor uw geadopteerde kinderen en uw pleeg- of stiefkinderen. Uw kinderen krijgen wezenpensioen tot 18 jaar. Studeren uw kinderen? Dan krijgen zij wezenpensioen tot 27 jaar. Hier zijn regels voor.

Hoogte wezenpensioen

Het wezenpensioen voor uw kind is 14% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot uw pensioenleeftijd bij BPF Schoonmaak pensioen zou opbouwen. De hoogte van het wezenpensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). En op MijnPensioenschoonmaak.

Premievrije voortzetting

Bent u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt? Dan hebt u tot uw pensioenleeftijd recht op gedeeltelijke voortzetting van uw pensioenopbouw. Daar hoeft u dan geen premie meer voor te betalen. Deze premievrije pensioenopbouw hangt af van hoeveel procent u arbeidsongeschikt bent. Lees meer over arbeidsongeschiktheid.

Pensioenreglement

Wilt u weten wat wij u bieden? Lees het pensioenreglement.

Overlijdt u nadat uw opbouw is gestopt?

Is uw pensioenopbouw bij ons gestopt? Bijvoorbeeld omdat u ander werk hebt. Of pensioen van ons krijgt. Dan krijgt uw partner geen partnerpensioen als u overlijdt. En uw kinderen geen wezenpensioen.

Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen

U kunt ervoor zorgen dat uw partner toch partnerpensioen krijgt. En uw kinderen wezenpensioen. Stopt uw pensioenopbouw bij ons? Dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen voor uw partner. Dit betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Het is belangrijk dat u en uw partner nagaan of het nodig is om zelf iets te regelen. U kunt bijvoorbeeld een verzekering afsluiten.

Geen pensioen bij arbeidsongeschiktheid

Als u arbeidsongeschikt wordt, krijgt u geen pensioen voor arbeidsongeschiktheid.
Er zijn drie manieren van pensioen opbouwen:

1. De Algemene Ouderdomswet (AOW)

AOW is het pensioen dat u van de overheid krijgt. Als u in Nederland woont of werkt bent u automatisch verzekerd voor AOW. De AOW-leeftijd is niet voor iedereen hetzelfde. Kijk op de site van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor uw AOW-leeftijd. Daar ziet u ook hoeveel AOW u krijgt. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast. Let op: hebt u niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan uw AOW lager zijn.

2. Uw pensioen dat u via uw werkgever opbouwt

Op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat hoeveel pensioen u opbouwt. Het UPO krijgt u één keer per jaar zolang u pensioen opbouwt bij ons. Op het UPO staat het ouderdomspensioen dat u nu hebt opgebouwd. Er staat ook het pensioen dat u krijgt als u tot uw pensioenleeftijd bij ons pensioen blijft opbouwen. Op het UPO staat ook informatie over het partnerpensioen en wezenpensioen. Hebt u bij meer werkgevers gewerkt? Op www.mijnpensioenoverzicht.nl staat uw pensioenopbouw van al uw banen.

3. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt

U kunt zelf ook extra geld regelen voor later. Bijvoorbeeld door te sparen bij uw bank. Of door een verzekering, zoals een lijfrente, af te sluiten.

U bouwt pensioen op in een middelloonregeling

middelloon

Iedere maand bouwt u een stukje pensioen op bij ons. Uw pensioen bestaat uit al deze stukjes bij elkaar. U bouwt niet over uw hele brutosalaris pensioen op. Wij houden namelijk rekening met de AOW. AOW is het pensioen dat u van de overheid krijgt. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’.

Er zijn vier dingen belangrijk bij de berekening van uw pensioen:

  • het opbouwpercentage. Dit is het bedrag dat u jaarlijks aan pensioen opbouwt, uitgedrukt in een percentage;
  • de franchise. Dit is het bedrag waarover u geen pensioenpremie betaalt en geen pensioen opbouwt bij ons;
  • uw pensioengevend loon. Dit is het loon dat wij gebruiken om uw premie te berekenen;
  • uw deeltijdfactor. Dit is het aantal uren dat u werkt per jaar.

Bekijk alle kerncijfers.

U krijgt uw pensioen vanaf uw pensioendatum. Om ervoor te zorgen dat uw geld later evenveel waard is als nu, kunnen wij uw pensioen verhogen. Dat heet ‘indexatie’.

Opbouwpercentage

Dit is het bedrag dat u jaarlijks aan pensioen opbouwt, uitgedrukt in een percentage. U bouwt pensioen op over een deel van uw loon. Dit deel noemen we de pensioengrondslag. Over uw pensioengrondslag bouwt u ieder jaar 1,701% pensioen op. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet franchise.

U en uw werkgever betalen samen voor uw pensioen

U betaalt elke maand premie voor uw pensioen. Uw werkgever doet dat ook. U betaalt in 2017 52% van de premie. Op uw loonstrook staat het bedrag dat u betaalt. Uw werkgever betaalt 48%. Dat bedrag staat niet op uw loonstrook. U kunt aan uw werkgever vragen hoeveel hij betaalt voor uw pensioen.

Waardeoverdracht

Hebt u met ander werk ook pensioen opgebouwd? U kunt dat pensioen meenemen naar ons. Dit heet ‘waardeoverdracht’. Hebt u een nieuwe baan? Maar niet in de schoonmaak? Dan kunt het pensioen dat u bij ons hebt opgebouwd, meenemen naar uw nieuwe pensioenfonds.

U vraagt dan waardeoverdracht aan bij uw nieuwe pensioenfonds. Soms is het beter om uw opgebouwde pensioen bij uw oude pensioenfonds te laten staan. Vraag daarom eerst informatie over waardeoverdracht aan bij uw nieuwe pensioenfonds. Kiest u niet voor waardeoverdracht? Dan blijft uw pensioen bij ons staan. En wordt het als u met pensioen gaat aan u betaald.

Ouderdomspensioen omruilen voor partnerpensioen

Gaat u met pensioen? Of stopt u met werken in de schoonmaak? Dan kunt u een deel van uw pensioen omruilen voor partnerpensioen. Dat kan slim zijn. Bijvoorbeeld wanneer er geen of weinig partnerpensioen is. Uw partner krijgt dan geld als u overlijdt. Ruilt u ouderdomspensioen om? Dan krijgt u later minder ouderdomspensioen.

U kunt er ook voor kiezen om geen ouderdomspensioen om te ruilen. Wij vragen dit altijd aan u als u met pensioen gaat of stopt met werken in de schoonmaak. Kijk goed naar het inkomen van uw partner. Dat is belangrijk om te weten voordat u een keuze maakt. U kunt maar één keer kiezen. U kunt uw keuze niet meer veranderen. Lees meer over het omruilen van ouderdomspensioen. Of kijk in het pensioenreglement.

Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen

U kunt uw partnerpensioen omruilen voor wat extra ouderdomspensioen. Uw partner krijgt dan geen geld wanneer u overlijdt. Dat kan slim zijn. Bijvoorbeeld wanneer uw partner zelf genoeg pensioen krijgt. Of misschien hebt u geen partner. U krijgt dan later meer ouderdomspensioen. Uw partner moet toestemming voor geven om partnerpensioen om te ruilen.

BPF Schoonmaak vraagt dit u als u met pensioen gaat of stopt met werken in de schoonmaak. Kijk goed naar het inkomen van uw partner. Dat is belangrijk om te weten voordat u een keuze maakt. U kunt maar één keer kiezen. U kunt uw keuze niet meer veranderen. Lees meer over het omruilen van partnerpensioen. Of kijk in het pensioenreglement.

Eerder stoppen

+67-
Wilt u eerder dan uw 67e met pensioen? Dat kan vanaf 60 jaar. U krijgt dan wel minder geld. Dat komt omdat uw pensioenopbouw eerder stopt. Uw AOW-uitkering krijgt u dan waarschijnlijk later dan uw vervroegde ouderdomspensioen. Kijk op de site van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor uw AOW-leeftijd. Daar ziet u ook hoeveel AOW u krijgt. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast. U kunt niet later dan uw 67e met pensioen.

Beginnen met een hoger of lager pensioen

jaar
Gaat u met pensioen? Dan krijgt u maandelijks hetzelfde bedrag. U kunt er ook voor kiezen om eerst wat meer pensioen te krijgen. U krijgt dan later wat minder pensioen. Of u kiest ervoor om eerst wat minder pensioen te krijgen. Dan krijgt u later meer pensioen. U kunt maar één keer kiezen. U kunt uw keuze niet meer veranderen.

Als u voor een deel met pensioen gaat

U kunt ook kiezen om een stukje van uw ouderdomspensioen eerder in te laten gaan dan 67 jaar. Dat kan vanaf 55 jaar. Dat betekent wel dat het deel van het ouderdomspensioen dat u eerder laat ingaan lager wordt. Deeltijd met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt gedeeltelijk en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. Voor het deel dat u doorwerkt bouwt u nog wel pensioen op tot maximaal 67 jaar.

U kunt er ook voor kiezen om na uw 67e gedeeltelijk langer door te werken. U kunt dan een deel van uw pensioen in laten gaan op uw 67e. Het uitbetalen van het andere deel van uw ouderdomspensioen kan worden uitgesteld totdat u volledig met pensioen gaat. Voor het deel dat u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. Daarnaast wordt de pensioenopbouw voortgezet voor zover u doorwerkt, tot maximaal 67 jaar. Kijk voor de voorwaarden voor het uitstellen van pensioen in het pensioenreglement.

Welke risico’s zijn er?

risico

Bij BPF Schoonmaak begint u met pensioen opbouwen vanaf 21 jaar. Er kan meer dan 60 jaar zitten tussen dat moment en het moment dat u overlijdt. In die tijd verandert de wereld. Er kunnen dingen gebeuren waardoor de hoogte van uw pensioen verandert. Dat zijn risico’s. Deze risico’s kunnen ervoor zorgen dat BPF Schoonmaak te weinig geld heeft. BPF Schoonmaak probeert te zorgen u niets merkt van deze risico’s. Dat lukt niet altijd. Wij hebben bijvoorbeeld te maken met de volgende risico’s:

  • Mensen worden steeds ouder. Dat is goed nieuws. Maar daardoor heeft BPF Schoonmaak wel meer geld nodig om oudere mensen langer pensioen uit te betalen.
  • Een lage rente maakt pensioen duurder. Pensioenfondsen rekenen vooraf uit hoeveel geld zij nodig hebben om alle pensioenen uit te kunnen betalen. Is de rente laag? Dan heeft BPF Schoonmaak meer geld nodig  om alle pensioenen later te kunnen uitbetalen.
  • De resultaten van beleggingen kunnen tegenvallen. Daarom zorgt BPF Schoonmaak ervoor dat de beleggingen verdeeld worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenfonds kan beleggingsrisico’s ook ‘afdekken’. Dan is het risico kleiner maar dat kost wel meer geld.

BPF Schoonmaak beschermt uw pensioen zo goed mogelijk. Lees meer over ons beleggingsbeleid. Als het bestuur van een pensioenfonds een besluit maakt over de hoogte van de pensioenpremie en de indexatie, kijken zij naar de ‘beleidsdekkingsgraad’ van het pensioenfonds. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde van alle dekkingsgraden van de afgelopen 12 maanden. Lees meer over de beleidsdekkingsgraad van BPF Schoonmaak. Daar leest u ook meer over onze financiële situatie. De maandelijkse beleidsdekkingsgraad leest u in het nieuwsoverzicht.

Waardevast pensioen

prijs

Alles wordt duurder. Wij proberen daarom uw pensioen elk jaar mee te laten groeien met de prijzen. Dit heet ‘indexatie’. Wij hebben de pensioenen alleen in 2015 iets kunnen verhogen.

Jaar Indexatie Stijging van de prijzen
2017 0,00% 0,30%
2016 0,00% 0,60%
2015 0,31% 1,00%
2014 0,00% 2,50%
2013 0,00% 2,50%
2012 0,00% 2,30%
2011 0,00% 1,30%
2010 0,00% 1,20%
2009 2,90% 2,50%
2008 1,30% 1,60%
2007 2,70% 1,20%

Uw pensioen wordt de komende jaren waarschijnlijk niet verhoogd

Wij verhogen de pensioenen alleen wanneer wij meer dan genoeg eigen geld hebben. We verwachten dat dit de komende jaren niet zo is. We kunnen dan de pensioenen niet verhogen. Maar de prijzen zullen blijven stijgen. Uw pensioen wordt minder waard.

Let op!

Als wij de pensioenen niet kunnen verhogen? Dan wordt uw pensioen steeds minder waard. U kunt daardoor steeds minder kopen met uw pensioen. Het is belangrijk dat u daar rekening mee houdt. Controleer daarom elk jaar hoeveel pensioen u krijgt. Lees meer over indexatie.

Als er een tekort is

Het kan gebeuren dat BPF Schoonmaak geld te kort komt om ook later alle pensioenen uit te betalen. Dan moet er iets gebeuren. Als we een tekort hebben, nemen we misschien één of meer van deze maatregelen:
  • Uw pensioen groeit niet mee met de stijging van de prijzen.
  • Uw premie gaat omhoog.
  • Uw opbouw gaat omlaag.
  • Uw pensioen gaat omlaag. We doen dit alleen als het echt niet anders kan. De afgelopen jaren is uw pensioen niet verlaagd.

Lees meer over onze financiële situatie.

BPF Schoonmaak maakt kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Bijvoorbeeld voor de administratie. Dit zijn kosten die BPF Schoonmaak maakt voor het uitbetalen van de pensioenen. Of het innen van de premies. Ook maakt BPF Schoonmaak kosten voor communicatie. Bijvoorbeeld voor het maken van dit Pensioen 1-2-3. En het Uniform Pensioenoverzicht (UPO).

Het kost ook geld om vermogen te beheren en te beleggen. BPF Schoonmaakt moet de bedrijven die het vermogen beleggen betalen. En de kosten voor de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties. In ons jaarverslag staat precies uitgelegd welke kosten wij maken.

Als u verandert van pensioenfonds

Hebt u een nieuwe baan? En werkt u niet meer in de schoonmaak? Dan kunt het pensioen dat u bij BPF Schoonmaak hebt opgebouwd, meenemen naar uw nieuwe pensioenfonds. U krijgt dan later geen pensioen meer van BPF Schoonmaak, maar van uw nieuwe pensioenfonds. Dat heet waardeoverdracht. Waardeoverdracht vraagt u aan bij uw nieuwe pensioenfonds. Soms is het slimmer om uw opgebouwde pensioen bij uw oude pensioenfonds te laten staan. Vraag daarom eerst informatie over waardeoverdracht aan bij uw nieuwe pensioenfonds.

  • Vraag bij uw nieuwe pensioenfonds waardeoverdracht aan. Is de financiële situatie van BPF Schoonmaak en het andere pensioenfonds voldoende? Dan wordt uw aanvraag in behandeling genomen.
  • Kiest u niet voor waardeoverdracht? En is uw pensioen lager dan € 467,89 bruto per jaar? Dan krijgt u uw pensioen op uw AOW-leeftijd in één keer betaald. U krijgt dan geen maandelijkse uitkering.
  • U kunt dit voorkomen door uw pensioen mee te nemen naar de nieuwe pensioenuitvoerder.
  • Overlijdt u en is uw waardeoverdracht nog niet geregeld? Dan heeft dat financiële gevolgen voor uw nabestaanden. U kunt dit voorkomen door ouderdomspensioen te ruilen voor partnerpensioen. Deze keuze maken we ongedaan zodra uw pensioen is overgedragen naar het andere pensioenfonds.

Vraagt u geen waardeoverdracht aan? Dan blijft uw pensioen staan bij BPF Schoonmaak. U krijgt uw pensioen dan vanaf uw AOW-leeftijd uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan BPF Schoonmaak en u gaat verder met pensioen opbouwen bij het pensionfonds van uw nieuwe werkgever.

Als u arbeidsongeschikt wordt

Bent u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt? Dan hebt u tot uw pensioenleeftijd recht op gedeeltelijke voortzetting van uw pensioenopbouw. Daar hoeft u dan geen premie meer voor te betalen. Deze premievrije pensioenopbouw hangt af van hoeveel procent u arbeidsongeschikt bent. Het is belangrijk dat u nadenkt over de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid en uw pensioen. Wordt u arbeidsongeschikt? Dan hoeft u ons niet zelf te informeren. Dit gebeurt automatisch via het UWV.

Als u gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat

Trouwen of een geregistreerd partnerschap is voor uw pensioen hetzelfde. Als u in Nederland woont, krijgen wij dit automatisch door van de gemeente. Woont u in het buitenland? En gaat u trouwen? Of u gaat een geregistreerd partnerschap aan? Dan moet dit het zelf aan ons doorgeven. Stuur dan een kopie van uw huwelijksakte naar ons op.

Woont u samen? Maar u bent niet getrouwd? Dan moet u schriftelijk vastleggen dat u samenwoont. Als u dat niet doet, krijgt uw partner geen partnerpensioen. Schriftelijk vastleggen doet u met een samenlevingscontract. Hiervoor gaat u naar een notaris. U stuurt een kopie van het volledige samenlevingscontract naar BPF Schoonmaak.

Lees meer over trouwen of samenwonen.

Als u gaat scheiden of uw geregistreerd partnerschap beëindigt

Gaat u scheiden of beëindigt u uw geregistreerd partnerschap? Dan krijgen wij dat door van de gemeente waar u woont. Er zijn twee dingen belangrijk:

  1. Uw ex-partner heeft recht op de helft van uw pensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk of de periode van het geregistreerd partnerschap;
  2. Uw ex-partner krijgt misschien ook partnerpensioen wanneer u overlijdt

U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Wat moet u doen? Als u gaat scheiden, moet u aan ons doorgeven hoe uw pensioen verdeeld wordt. Lees meer over scheiden.

U hebt een samenlevingscontract? En gaat uit elkaar? Stuur dan een brief naar BPF Schoonmaak. In deze brief staat op welke datum u niet meer samenwoont. Uw ex-partner en u moeten allebei een handtekening zetten op deze brief. Uw ex-partner heeft misschien ook recht op partnerpensioen als u eerder overlijdt dan uw ex-partner.

Als u verhuist naar het buitenland

Als u in of naar het buitenland verhuist, moet u dit zelf aan ons doorgeven. Als u naar het buitenland verhuist, heeft dat ook gevolgen voor uw AOW. Lees meer op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Tip!

Verandert uw bankrekeningnummer ook? Dan moet u dit ook aan ons doorgeven.

Als u werkloos wordt

werkloos
Als u werkloos wordt, stopt uw pensioenopbouw. Ook uw partnerpensioen vervalt. Alleen het vóór 2003 opgebouwde (bijzonder) partnerpensioen blijft staan. Na uw ontslag kunt u misschien zelf pensioen blijven opbouwen bij BPF De premie betaalt u dan zelf: het werknemers én het werkgeversdeel. Lees meer over werkloosheid.

Hebt u vragen?

Als u vragen hebt over pensioen, bel dan met onze Helpdesk: 020 – 583 51 00.