Dekkingsgraad

De hoogte van de dekkingsgraad hangt af van: hoeveel geld het fonds heeft (het vermogen) en hoeveel het fonds nu én later aan pensioen moet uitbetalen (de pensioenverplichtingen).

Als de dekkingsgraad 100 procent is, is er precies genoeg geld om alle pensioenen uit te betalen. Maar de dekkingsgraad moet hoger zijn dan die 100 procent. Want het fonds moet ook reserves hebben. Deze reserves zijn nodig om de risico’s te beheersen. Deze reserves noemen we het eigen vermogen. Onze dekkingsgraad wordt maandelijks bekendgemaakt.
Het is dus belangrijk dat we meer geld hebben dan dat we aan pensioenen moeten uitbetalen. Als de waarde van onze bezittingen groter is dan de verplichtingen die we hebben, dan hebben we een eigen vermogen.
Hiervoor heeft De Nederlandsche Bank een berekening bedacht. Er wordt geld opzij gezet voor risico’s. We beleggen het geld. Maar we kunnen soms verlies maken, in plaats van winst. Of de rente is opeens heel laag. Daardoor brengt het geld minder op. Met reserves kunnen we die risico’s opvangen. Deze reserves noemen we de ‘bestemmingsreserves’. Al die reserves bij elkaar zijn het ‘vereist eigen vermogen’.